Wat is geluid

 

Geluid is een kleine verandering in de luchtdruk en kan bijvoorbeeld ontstaan door een trillend voorwerp. De snelheid waarmee deze geluidsgolven door lucht bewegen is 343 meter per seconde. Een geluidsgolf heeft een golflengte en een amplitude. De golflengte heeft een directe relatie tot de frequentie. Het verschil tussen frequenties horen we door de toonhoogte. De frequentie is het aantal golven dat per seconde gemeten wordt. De frequentie wordt uitgedrukt in Hertz (Hz). De amplitude is het maximum van de druk en wordt waargenomen als het volume. Dit wordt uitgedrukt in Decibel (dB).

Een mens hoort geluiden tussen 20 en 20.000 Hz. Maar met het ouder worden daalt dit naar ca 15.000 Hz. Het menselijk oor is het meest gevoelig voor geluid met een frequentie tussen 1 en 4 KHz. Een volume van ca 50 dB komt overeen met een normaal gesprek. Vanaf 85 dB kan gehoorschade optreden.

De dB-schaal is niet lineair maar logaritmisch. Dit wil zeggen dat een geluidvermindering met 10 dB, ervaren wordt als een halvering van het volume. Dit betekent ook dat bijvoorbeeld twee identieke geluidsbronnen van elk 50 dB, samen een geluidsniveau behalen van 53 dB.

Een geluid dat wij horen, bestaat doorgaans uit een spectrum van frequenties en volumes. Doordat het menselijk oor gevoeliger is voor bepaalde frequenties, bepaalt de combinatie van frequentie en volume de schadelijkheid. Bij geluidsmetingen wordt hiermee meestal rekening gehouden door bepaalde frequenties minder te laten meewegen in het gemeten niveau. In het algemeen gebeurt dit met behulp van het zogenaamde A-filter. Het resultaat wordt dan uitgedrukt in dB(A).